07-03-07

Eenzaamheid

Eenzaamheid

 

Ontelbare mensen kampen tegenwoordig met eenzaamheid.

Van de oude vrouw die enkel zichzelf als gesprekspartner heeft tot mensen die samenleven met anderen.

 

Niemand staat er vrij van.

 

Het is immers niet zo dat als je samenleeft met mensen, dat je daarom niet minder eenzaam bent dan de oude man of vrouw op de hoek van de straat waar niemand een woord tegen zegt.

 

Nee, je kan eenzaam zijn in de nabijheid van anderen.

 

Stel je voor dat je met mensen samenleeft die totaal niet snappen dat jij er van houdt om gezellig een boek te lezen, van tijd tot tijd kan genieten van muziek.

En dat jij dit niet kan doen, omdat de meest agressieve indringer constant aanwezig is, dat deze indringer steeds het woord heeft.

Dat, als je iets wil zeggen over hoe je dag geweest is, te horen krijgt: sssht, ik kijk naar tv.

 

Deze indringer, de tv, is volgens mij een van de grootste boosdoeners. Mensen vinden het tegenwoordig leuker om mee te leven met een fictieve familie, of stillen de honger naar hun voyeuristische drang door binnen te kijken in een huis, volgepropt met camera’s. Dan dat ze luisteren naar wat hun huisgenoten te zeggen hebben.

 

Samenleven met zulke mensen, dat is evengoed eenzaam zijn.

 

Hoe dichter de mensen op elkaar leven, hoe eenzamer.

 

Hoeveel mensen slaan nog een praatje met de buren?  Hoeveel mensen spreken nog iemand aan in een café, in de straat, in de supermarkt?

 

Doe je het wel, dan wordt je bekeken alsof je een of andere zonderling bent.

 

Loop je op straat, dan ben je een silhouet, een onbekende, een naamloze…

 

Waar is het verkeerd gegaan?

 

Is het omdat de mensen vroeger massaal naar de grote steden trokken om te werken, en geen tijd meer hadden voor een sociaal leven?

Is het omdat we gewoon geen interesse meer hebben in onze medemens?

Is het omdat we tv gewoon interessanter vinden dan een praatje te slaan met de buurman?

 

Ik herinner me een tijd, hier op de straat, dat de mensen ’s zomers met stoelen op het trottoirs kwamen zitten en gewoon praatten met elkaar.

 

Natuurlijk, dit gebruik stamt nog uit de naoorlogse periode, waarin niemand een tv had, en de enige vorm van tijdverdrijf praten was, of kaarten.

 

Met de uitvinding van de tv is dit gebruik een stille dood gestorven.

Mensen vinden het nu veel plezanter om naar hersenloos gezwets te kijken op tv.

 

Ik ijver ervoor om dit oude gebruik terug leven in te blazen. Bij goed weer, tv uit en stoelen op straat.

Zou het leven niet veel aangenamer zijn?

Ik ben geen absolute vijand van de tv, nee, van tijd tot tijd laat ik me ook verleiden om ernaar te kijken.

 

Maar ik laat hem mijn leven niet regelen.

 

Ik maak er bijvoorbeeld een punt van om de tv uit te zetten als ik bezoek krijg.

Het is één van mijn grootste ergernissen, als je ergens op bezoek gaat, en merkt dat de mensen meer naar dit kastje zitten te turen dan met hun gezelschap bezig te zijn.

 

Met alle luxe van tegenwoordig zijn we samen eenzamer dan vroeger.

 

 

16:43 Gepost door Aglaia in Mijn gedachtenkronkels | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

03-03-07

Lucky Man

Lucky Man

 

Deze nacht, na weer een tijdje te liggen woelen in mijn bed, begonnen mijn gedachten uit te gaan naar de perceptie van gelukkig zijn.

 

Wanneer kan een mens immers zeggen dat hij oprecht gelukkig is?

 

Als hij of zij het gemaakt heeft volgens de normen van deze maatschappij?( Hiermee bedoel ik: huisje, tuintje, gezinnetje, mooie auto voor de deur en een goede, zekere job)

 

Of als hij of zij van een goede gezondheid kan genieten?

 

Misschien als hij compleet zichzelf kan zijn bij mensen?

Diepgaande discussies voerend met gelijkgezinde mensen op een terrasje met een glas goede wijn in de hand.

 

Dit is voor iedereen anders natuurlijk. De ene zal kiezen voor het huisje. De andere voor een goede gezondheid. Nog een andere zal ervoor kiezen om zonder maskers door het leven te gaan.

 

Voor mij is gelukkig zijn aanvaard worden door mensen die je graag hebt.  Aanvaard worden met al de goede en slechte eigenschappen.

Victor Hugo heeft dit goed verwoord: Het opperste geluk in het leven is de overtuiging dat je bemind wordt om wie je bent, of liever, bemind wordt ongeacht wie je bent.

 

Niet gediscrimineerd worden voor je geloof, politieke overtuiging, je huidskleur of je seksuele voorkeur.

 

Gelukkig zijn is, zijn wie je bent, voor de volle 100% en nog mensen hebben die je daarvoor apprecieren.

 

Dan pas, als alle maskers afgeworpen zijn, dan pas kan je gelukkig zijn.

19:26 Gepost door Aglaia in Mijn gedachtenkronkels | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

02-03-07

Insomnia - If I could change the world

Insomnia – If I could change the World

 

Deze nacht heb ik nog maar eens ondervonden hoe vreselijk frustrerend slapeloosheid kan zijn.

Draaien, keren, zuchten, puffen, nog is een ander zijtje geven, schaapjes tellen…

 

Na 101 schaapjes de revue te zien passeren heb ik wijselijk besloten om dit te staken en mijn toevlucht te nemen naar mijn trouwe metgezel: mijn mp3-speler.

 

Want, mijn slapeloosheid werd niet veroorzaakt door een slechte slaaphouding of een oude matras, nee, mijn gedachten beletten me van mezelf over te geven aan de bodemloze slaap.

 

Moesten mijn hersenspinsels dan nog iets concreet opleveren, zou ik het allemaal zo erg niet vinden.

 

Niet dus, daar lag ik dan, 2 uur des nachts, naar muziek te luisteren, in de hoop van deze kakofonie van gedachten tot rust te brengen.

 

Mijn brein werkte in overdrive.

 

Jawel, mijn brein, het heeft meer dan 4 hersencellen volgens mij.

 

Volgens de courante vrouwenmoppen heeft een vrouw toch maar 4 hersencellen? Een voor elke kookplaat?

 

Wat dan als je een fornuis hebt met 6 kookplaten? Dan kom je 2 hersencellen te kort om je fornuis ten volle te benutten.

 

Dan mag je al blij zijn dat je een vrouwelijk exemplaar hebt ontdekt dat effectief weet hoe ze zoiets moet gebruiken.

Want als ik naar mijn generatie kijkt, generatie Y, dan valt er mij iets op, steeds minder mensen weten hoe ze een maaltijd moeten bereiden waar geen diepvries- of afhaaltoestanden bij komen kijken.

 

Stel je voor, je geeft een etentje, maar aangezien je niet weet hoe je zelf iets moet klaarmaken zonder de voedingswaren te bederven, ga je maar langs bij de beenhouwer of traiteur. Je bestelt daar een copieuze maaltijd voor jou en je gezelschap

Het gezelschap geeft die avond vanzelfsprekend een compliment over de kookkunsten van de gastvrouw, deze repliceert dankbaar: Dank u, het is allemaal vers klaargemaakt.

Waarop de man van de gastvrouw, de gastheer, antwoordt: door de beenhouwer, of was het een traiteur schat?

 

Natuurlijk verlies ik mezelf op dit moment in stereotiepen,

- niet iedere vrouw van generatie Y  ontbreekt het kooktalent.

- Wie zegt er trouwens dat enkel vrouwen moeten kunnen koken? De mannen moeten dit evengoed kunnen als de vrouwen volgens mij. En in andere generaties zijn er ook wel vrouwen die het presteren om bij wijze van spreken water te laten aanbranden.

- Maar zijn er dan ook nog mensen die etentjes geven?

- En wie geeft er tegenwoordig nog complimentjes?

 

Dit brengt me trouwens op een ander hersenspinsel van me, de verzuring van de maatschappij.

Hier zal ik wel een tijdje mee zoet zijn denk ik, het beheerst immers een groot deel van mijn denkwerk.

Steeds opnieuw merk ik dat de wereld om zeep is, mijn beste lezer.

 

Maandag was ik bijvoorbeeld naar Batibouw geweest, het Mekka van de mensen met de spreekwoordelijke baksteen in de maag.

Tegen beter weten in ben ik ernaartoe geweest, u moet weten dat ik niet zo goed functioneer in een grote massa.

 

Terug naar Batibouw dus…

 

Daar probeerde een alleenstaande moeder-tenminste, ik veronderstel dat, er was immers geen halve trouwboek of papa te bespeuren-de trappen op te geraken met een koets, gevuld met het standaardaccessoire: een baby. Verder was de beklagenswaardige vrouw nog getuigd met een tas of twee babymateriaal.

In plaats dat er iemand haar een handje toestak, liepen de mensen haar straal voorbij, onderwijl nog een boze blik werpend op dit lijdend voorwerp.

 

Was het omdat deze vrouw een stuk van de trap innam en hen zo belette om enkele seconden vlugger de volgende hal binnen te gaan om vervolgens enkele seconden minder lang te staan gapen naar de laatste nieuwe jacuzzi of sauna?

 

Was het misschien omdat ze onzichtbaar was?

Nee, dat denk ik niet, ik zag haar toch?

Ofwel zie ik mensen die er niet zijn en dan moet ik dringend een psychiatrisch consult aanvragen.

 

Volgens mij was de voornaamste reden dat deze vrouw niet geholpen werd, het feit dat ze een iets donkerdere huidskleur had dan hoe de gemiddelde Vlaming zijn medemens wil zien.

 

Aangezien er niemand ook maar iets ondernam om deze vrouw te helpen, deed ik het.

Ik schrijf dit niet neer om er een medaille of schouderklopje voor te krijgen, nee enkel om mijn volgend punt te illustreren.

 

Mijn volgend punt is immers dat ik dacht: wat als ik in haar situatie stond?

Dan zou ik ook hulp verwelkomen.  Moesten de mensen meer op deze manier denken, zouden ze dan niet verdraagzamer zijn?

 

Verdraagzaamheid, dat is volgens mij de sleutel voor een goede samenleving.

Het woord zegt het immers zelf, we leven samen.

 

We wonen in appartementen, op elkaar gestapeld als een doosje sardienen en betalen er met plezier een klein fortuin voor.

 

De muren zo dun, dat je soms beter het feuilleton kan volgen waar je buur naar kijkt in plaats van jouw programma op tv, of het boek dat je aan het lezen bent.

 

Moesten we verdraagzaam zijn, dan zetten we onze tv of muziek niet zo luid, niet iedereen is immers opgezet met constant geluid om zich heen.

 

Verdraagzaam zijn kan je leren volgens mij.

 

Het is heus niet zo moeilijk, bedenk gewoon af en toe: wat als ik in zijn/haar situatie zat?

 

Als we allemaal een piepkleine inspanning doen, wordt de wereld al een stuk aangenamer, denk je niet?

 

 

17:04 Gepost door Aglaia in Mijn gedachtenkronkels | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |